Schenken
Schenken
De uitsluitingsclausule
Het bewind
De inbreng
Schenken
Een schenking is een overeenkomst waarbij de schenker zich verbindt aan de begiftigde een vermogensbestanddeel af te staan zonder tegenprestatie en met de bedoeling de begiftigde te bevoordelen.
Een schenking kan gescheiden in geld of andere goederen: onroerend goed, effecten (beursaandelen, obligaties, aandelen in groeifonds of beleggingsinstellingen) aanmerkelijk-belangaandelen, maar ook kunst en antiek. Ook kwijtschelding op een vordering, bijvoorbeeld wegen uitgeleend geld aan uw kind, is een schenking. Bij de keuze over welke vermogensbestanddelen worden geschonken, spelen vaak persoonlijke overwegingen een rol. Toch zijn er vrijwel altijd fiscale motieven voor het doen van schenkingen.
De grootste belastingbesparing treedt op bij schenking van vermogensbestanddelen, waarvan mag worden verwacht dat deze in de toekomst sterk in waarde zullen stijgen. Verder hoeft niet alleen het schenkingsrecht van belang te zijn, maar kunnen andere belastingen een rol spelen zoals overdrachtsbelasting bij overdracht van onroerend goed en inkomstenbelasting. Vanaf 1 januari 2003 is voor een schenking in beginsel geen notariële akte nodig.
In ieder geval is wel een notariële akte nodig als u bijvoorbeeld onroerende zaken schenkt of aandelen in uw BV. En ook een schenking 'ter zake des doods", waarbij de begiftigde het geschonkene pas krijgt bij het overlijden van de schenker, moet in een notariële akte.
Om de schenking te kunnen bewijzen, adviseren wij de schenking sowieso schriftelijk vast te leggen (in een notariële of onderhandse akte). Ten opzichte van de belastingdienst is het bijvoorbeeld van belang op welke datum de schenking is gedaan. De belastingdienst kent de zogenaamde '180-dagenregeling'. Deze regeling kent de successiewet om te voorkomen dat men in het zicht van overlijden nog een voordeeltje wil behalen door een deel van het vermogen te schenken in plaats van te laten vererven. De regeling houdt in dat schenkingen die binnen een periode van 180 dagen vóór het overlijden van de schenker zijn gedaan alsnog bij de nalatenschap worden opgeteld. Hiervan is uitgezonderd een schenking ten bedrage van de eenmalige verhoogde vrijstelling, die ouders aan kinderen tussen hun 18 e en 35e verjaardag kunnen doen. Het eventueel betaalde schenkingsrecht kan wel met het dan te betalen successierecht worden verrekend. Het behaalde tariefsvoordeel gaat echter verloren.
Bij het doen van een schenking doet u er verstandig aan met uw (kandidaat-)notaris te overleggen, welke bepalingen eventueel aan de schenking kunnen worden verbonden en zonodig schriftelijk kunnen worden vastgelegd. Gedacht kan worden aan de volgende bepalingen:
| - | de uitsluitingsclausule; |
| - | de vrijstelling van inbreng van schenkingen; |
| - | het bewind. |
zie ook Estate planning
De uitsluitingsclausule
Veel ouders gunnen hun kinderen graag een voordeel, maar willen niet dat vervolgens na een echtscheiding de ex-echtgenoten van hun kinderen recht hebben op de helft van de schenking. Dit gebeurt als uw kind in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd. Bij de schenking kan worden bepaald dat het geschonkene en de opbrengsten daar van niet zullen vallen in een (huwelijks)gemeenschap waarin uw kinderen is gehuwd of ooit gehuwd zal zijn. Een en ander geldt ook voor het geval uw kind als partner is geregistreerd.
Wat, als u geld overhandigt of overmaakt dan wel effecten uitschrijft? Juist, dan moet worden bewezen dat de schenking 'onder uitsluiting' is aangegaan en dan is het goed dat de schenking en de uitsluitingsclausule schriftelijk zijn vastgelegd. Het is verstandig de notaris dit te laten regelen, omdat de notariële akte een dwingende bewijskracht heeft en de oorspronkelijke akte door de notaris wordt bewaard.
Als u nu op het idee komt om de in het verleden gedane schenkingen alsnog op deze wijze vast te leggen met uitsluitingsclausule heeft dat geen zin. De clausule moet volgens de wet 'bij (het doen van) de gift' worden bedongen. Wel kunt u eerder gemaakte mondelinge afspraken alsnog schriftelijk laten vastleggen.
Het bewind
Het kan voorkomen dat u vindt dat de begiftigde nog niet de volledige verantwoordelijkheid kan dragen voor de geschonken goederen. Dit kan te maken hebben met de leeftijd, of het uitgavenpatroon van de begiftigde. Houdt u er rekening mee dat jongeren op 18-jarige leeftijd zelfstandig bevoegd zijn over hun geld te beschikken. In zulke gevallen kan de schenker de geschonken goederen geheel of gedeeltelijk onder bewind stellen. Er is dan een bewindvoerder, bijvoorbeeld, de schenker zelf, die nog gedurende een bepaalde periode de lakens uitdeelt.
De inbreng
Vaak bevoordelen ouders tijdens leven hun kinderen. Het ene kin kan hierbij meer krijgen dan het andere. Een schenking door een ouder aan zijn kind wordt niet als voorschot op het erfdeel beschouwd. Bij het overlijden van de ouder wordt ongelijkheid van schenkingen niet automatisch rechtgetrokken.
Als u dit niet wilt, omdat u het ene kind niet boven de andere wilt bevoordelen, dan moet u bij de schenking bepalen dat de schenking moet worden verrekend. Dit heet 'inbreng'. Het is verstandig dit schriftelijk vast te leggen. Is de inbreng niet geregeld bij de schenking, dan kan dit alsnog bij testament. Voor schenkingen van voor 1 januari 2003 geldt overigens het omgekeerde: in principe moeten deze door de kinderen worden verrekend met hun erfdeel, tenzij de inbreng is uitgesloten bij de schenking of bij testament. De vrijstelling van inbreng mag niet worden verward met het recht van uw kind op de legitieme portie. (De legitieme portie is een door de wet aan uw kind gegarandeerd deel, omgerekend in geld, waar het kind altijd recht op heeft). Schenkingen leiden er niet toe dat de legitieme portie van een (ander) kind wordt verkleind. Rekening houdend met in het verleden gedane schenkingen zal altijd moeten worden getoetst of het niet bevoordeelde kind tekort komt na de berekening van zijn legitieme deel in de nalatenschap.
Klik hieronder om de tarieven schenkingsrecht als PDF te downloaden:
Tarieven 2010

